is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deeze is door den beroemden SHAwinBar-^ barie gevonden, die 'er Bladen als van 't Mui. zen-Oor, doch grooter en gepaard, aan toe-B fchryft, zeggende van dit Kruid; „ de toppen" „ van deszelfs kleine Takjes krommen zig om ' „ als die der Zonnewende. De Bloemblaadjes zyn klein en de Zaadhuisjes enkeld met drie „ Hokjes, bevattende verfcheide Zaadjes."

Corrigiola. Riempjes.

De byzondere Kenmerken van dit Geflagt zyn , een vyfbladige Kelk en vyf Bloemblaadjes, even als in de voorigen, maar het heeft een enkeld drietandig Zaad.

Maar een enkele Soort is hier van bekend (1), ( die veelal op de Zandige Oevers der Rivieren,, in Duitfchland en Vrankryk, groeit. C. Bau-, hincjs noemt dezelve Klein Oever - VarkensGras, en zegt dat het aan de Rivieren in Switland en deLaufnitsvoorkomt.Mobison vondt het byPont Neuli, aan den Weg van Parysnaat St. Germainen laye. In deElfaz groeit het overvloedig , aan de Oevers van zekere Rivieren, bloeijende in 't laatfte van den Zomer: zo ook

in

(1) Corrigiola. Syfl. Nat. xii. Gen. 375- p- Vtt xiii. Gen. 378. p- 245- H.Vps.Cliff. R. Lugdb. 420. GOUAN Monsp. isj. GEB. Prov. 449- Polygonum Litsoreurn minui &C. C B. Pin. 28t. Prodr. IV. MoRIS. Hifi. ii. p. 593.

S. j. t. 29. f- !• Polygoni vel Linifolia, per temm lj?arfa< flore Scorpioidis. J. B. RAJ. Hifi HS.

II, DEBI., viii. STOK,

VTi

fDEEÏ^ VI. WEDUK.

"rigynia, i.

Corrigiola Attorea. Oeveriempjes,