Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yo5 Samesteslige Kruiden:

IV.

'Afdeel.

xx. Hoofdstuk.

Egaale Veelwyve-

VU

Cyr.ara Carduncalus.

Kandiafehe.

effen gebold zyn , van boven plat, een omtrek hebbende van agttien of twintig Duimen zo hy fchryft, en dus ieder op zig zelf een middelmaatigen Ketel vullende, wanneer menze kookt. Dan , naamelyk , zullen de Schubben , naar gedagte,los gaan, die in deeze,onder den naam van Engelfche Artisjokken by de Tuinlieden bekend, digt geflooten zitten. De Zeeuwfche zyn alleen van de Engelfche onderfcheiden , dat zy niet groot van bol vallen ; muntende anders ook in Vleezigheid uit.

Van de Artisjokken wordt de Stoel, dat is de Bodem , waar op de Bloemen ruften, wanneer zy gekookt zyn gegeten en de Schubben uitgezoogen. Sommigen viüden hier Smaak in; doch 't is zeker , dat de Saus de meefte aangenaamheid aan deeze Spyze geeft en dat het een zwaar Voedzel zy. De Italiaanen , niettemin , eeten zeraauw, met Zout, Olie en Peper. Het heeft de naam, dat 'er de Minnelust door opgewekt worde , en hierom doet het Vrouwvolk gaarn de Stoelen in Ragouts cn Pafteijen.

(2) Artisjok met gedoomde Bladen, die allen Vindeelig zyn; de Kelkfchubben Eyrond.

Deeze , van Kandia zo 't fchynt af komftig,

zou

(a) Cynara Fol. Spinofis , omnibus Pinnatifidis Sec. gouan Monfp. 415. Cinata Spinofa cujus Pcdiculi efitantur. c. b. Pin. 383. Scolymus aculeatus. tab. Hijl. 1075. nühi ii. 3. 3s7,

Sluiten