is toegevoegd aan je favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 De Eigenschappen der Planten

Inleiding.

wederom verdwynt, de bevrugtende Werktuigen of Vrugtbeginzels, of die beiden te gelyk, bevattende, wordt de Bloem geheten. Sommigen hebben hier de fraaiheid van Kleur en gedaante, het zitten op het Vrugtbeginzel, en andere hoedanigheden, in aanmerking genomen: doch dan is de bepaaling niet algemeen. Tot het wezen van een Bloem behoort, dat dezelve Meelknopjes , die men Helmpjes (Antherm} noemt , of een Stempel (Stigma), of beiden, heeft (*). De Helmpjes zitten doorgaans aan 't end van zekere Vezelen (Stamina), die men Helmftyltjes , doch veel eigener Meeldraadjes noemt: de Stempel gemeenlyk aan 't end van zekeren Stander in 't midden van de Bloem, die Stamper (Pistülum) doch eigener Styl geheten wordt. Deeze Styl of de Meeldraadjes zyn in de meefte Planten vervat in een hol Bekeragtig Geftel , of beflaan het midden van een Schyf, die of uit één ftuk beftaat, of uit verfcheide Hukken , Bloemblaadjes genaamd , famengefteld is. In 't Latyn noemt men dat ftuk, van welk een Kleur of zelfftandigheid ook zynde , Corolla en de Bloemblaadjes Petala.

De Styl ftaat op een Vrugtbeginzel (Germen), dat fomtyds in 't midden van de Bloem uitpuilt en van de Meeldraadjes omringd is, fomtyds laager zit onder aan de Bloem, en dus een ge-

deel-

(*) Flos omnis inftmitur AntheriS et Stigmatibus, LIN !*• Phil. Bot, Stockh, 1751. §. 1+0,