is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Monoikia. 459

Kyparisfos genoemd, en daar van is niet alleen de Latynfche benaamiug Cupresfus, maar ook die men in alle Taaien byna van Europa gebruikt, afkomfiig. Dus noemen hem de Duitfchers Cypresfebaum, de Franfchen Cypres. Zyn Natuurlyke groeyplaats zou het Eiland Creta , thans Kandia genaamd, zyn , van waar hy zig door Italië en de Zuidelyke deelen van Vrankryk verfpreid heeft. Op dat Eiland groeit hy zelfs in de Sneeuw op het Gebergte. Men vindt 'er hedendaags de Graflieden der Turken mede beplant, in klein Afie,en Theophastus noemt ook andere Eilanden van de Middellandfche Zee op , waar menze vindt groeijen.

Het wordt een Boom van ongemeene grootte , met eenen regten Stam , en eene Pieramiedaale Kroon. De eene Soort, echter , die men het Wyfje noemt, heeft deeze Kroon veel digtet dan de andere, die het Mannetje geheten wordt, Sommigen willen , dat door den Ouderdom het zogenaamde Wyfje in het Mannetje verandert. Het Loof van deezen Boom is Schubachtig, gelykende taamelyk naar dat van den Zavelboom, zeer fyn en groen : de Vrugten rondachtig als. gezegd is.

De Cypresfen behooren mede onder het Geboomte, dat altoos groen blyft, en ftrekken dus in de warme Landen tot dergelyke verfiering der Lusthoven , als by ons de Taxis, Hulst, : enz- Dus dienen zy in de Tuinen van 't Vrou-

wen-

IU DSEU HU STUSi

II:1 AfdeelJ

xïx. Hoofdstuk.

Cyprtsft'wtx.