Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dl o i k i a. 34f

Aairen, welke in fommige Planten alleen IV.

, r-ii • • j Afdeel; met onvrugtbaare Bloempjes , m anderen met XXIV.

vrugtbaare beladen zyn. Verkeerdelyk plagt Hoofdmen die Zaad voortbragten de Mannetjes, de5TÜKanderen de Wyf jes - Spinagie te noemen. iruT^"'

Dit Moeskruid is zwaar om te verteeren en geeft weinig Voedzel, doch, door wel gelardeerd te zyn met Boter en Speceryën , krygt het een plaats onder de Toefpyzen. Uitwendig kan het, gelyk veele andere Kruiden , in verzagtende , weekmaakende Pappen dienen en het Sap tot Keeldranken. Het Zaad is ook onder de Geneesmiddelen geteld geweest.

(2) Spinagie met gefteelde Zaadhuisjes. Sp^V^

Volgens den Heer Gmelin komt in Sibe- v^ide. rie deeze wilde Soort van Spinagie voor; welke de Steng hooger heeft, de Bladen driehoekig Eyrond, fomtyds uitgehoekt , ftomp, gejfteeld, drie of meer Zaadhuisjes inde Oxelen, op eigen Steeltjes ,, Eyrond , ftomp , gekield aan beide zyden.

A c n i ü" a. Kennip.

. Een vyfbladige Kelk zonder Bloem heeft in de Mannelyken van dit Geflagc plaats, met vyf Ivleeldraadjes ; een tweebladige Kelk zonder

(j) Spinacia ïruftibus Pedunfulatis, Syjt, Nat. XII.

Y S

51. Duit, XI. Stüs,