Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D i o i k i a. 347

daar men insgelyks Mannetje van heeft en Wyf- IV. je of onvrugtbaare en vrugtbaare Hennip. Naar ^jciv* den Latynfchen naam Cannabis, noemt menze Hoofkin 't Spaanfch Canamo, in 't Franfch C/jfl«yre,STUE» in 't Engelfch Hemp, in 't Hoogduitfch Hanf. drf^un' In Oostindie, daar dit Kruid ook groeit, wordt het Ginje by de Javaanen en aan de Vaste Kust van Indie , als ook in Perüe Bangue geheten. De Arabieren noemen het Axis, de Turken Afarath.

't Is een Gewas, dat dikke ronde Houtige holle Stengen voortbrengt , van vyf of zes Voeten hoogte, fomtyds Takkig en zig dan als een geheele Boom verwonende, fomtyds ongetakt, gelyk meest plaats heeft, wanneer het op • Akkers, digt by elkander, gezaaid wordt. Het Mannetje, dat onvrugtbaar is en enkel Bloemen draagt, fchiet hooger op dan het Wyfje. Beiden hebben de Bladen Vingerachtig in zeer fmalle flippen verdeeld , ruuw, donker groen en zeer zwaar van Reuk, aan de kanten Zaagtandig. De Zaaden, die de Wyfjes Hennip in de Oxels der Bladfteelen draagt, zyn iedereen bekend. By den Gemeenen Man wordt de Zaaddraagendc het Mannetje geheten.

Dat

Med. SS7- R. Lugdb. aai. Gort. Belg. 221. Cannabis ü. tiva. C. E. Pin. 320. Cannabis fcecunda. DOD. Pempt, $3S, Cmnabis. Loii. Ie. sas. Cannabis erratica. C. B. Pin. 320. Lofi. Ie. 526. Cannabis fterilis. Don. Pempe. $iS, Cannabis. SS.XHAW. .Amb. V. T. 180.

li. Deel. XI. stuk.