is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86 Dribuasmiqe Lelie-

'Afdeel. tt,

HoOFDf TUE.

Van fommigen wordt deeze, volgens Matthiolüs, voor de Plant gehouden, die den Hermodattylus • Wond der Apotheeken uitlevert ; doch anderen achten zulks, met Loeel ongegrond , en meenen dat die van een Soort van Colchicum afkomftig zy. Tousnefost, hoewel de.eze Iris onder dien naam voorftellende, hieldt zig uk de Bladen en Vrugten van de Plant, door hem dikwils in Klein Alle gevonden , verzekerd , dat zy het Co'ehicum met den gedroogde Wortel wit, van C. Bauhibüs ware (*). De Bioem, nogthans, van den HermodaSylus fcheen hy toen niet gezien te hebben, en hy zeid' vervolgens, dat dezelve naar die der Irisfen geïykt, maar dat de Wortel knobbelig cn als gevingerd w. Weinig fchynt dit met de Wortels , welke men in de Winkels heeft, te ftrooken,

Deeze Iris, in Arabie en de Levant groeiende, heeft lange fmalle Bladen , die hoekig zyn en als met Sleuven , hebbende de Stengel op den top een Bloem, welke groenachtig is van Kleur., De drie middelfte Blaadjes zyn Elsvormig en zeer klein, de Siempelblaadjes tot over 't midden in tweeën gedeeld: zo dat de-

• tel:

Qljff' i°. R. tugib, tg. nis tuberota Fol. angulofo. C. B. FIk. 40. MOEis Hifl. Tt. p. 3+s. s. 4. T. 5. f. 1. Hermoda&ylus Fol. quadrang. Toubnf. Cor. So. liis tuberofa B?Igaium &c. Lob, li. 98. Dod, Pempt. 249. '' e*) TbuKKï. dt U Met. Mtd. Tom. I. p. ió!.