is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OF BOLPLANTEN. 3^5

wie» Hemelfchblaauwe Bloemen men , zo hy ^ aanmerkt, aldaar tot bereiding van een VJltramaryn-Verwe gebruikt (*). Onder deOostin-fi tlifche Planten , naamelyk , wordt ook deeze v herwaards gebragt (t)-

(2) Commelina met ongelyke Bloemen, Lancetvormige gladde Bladen en een leggende J Steng.

De Steng van deeze is, metmyn Exemplaar, dat ik van de Kaap ontvangen heb, overeenkomftig, eenigermaateplat, gegaffeld, geftreept, aan de Gewrichten bezet met Vliezige Scheedjes, fluitende in de uitgebreide Bladfteelen, welke de Steng Scheedswyze omvatten, en op de kanten eenige Haairtjes hebben. De Bladen zyn Lancetvormig , fpits,groen en glad, twee Duimen lang , overhoeks geplaatst, overlangs geel geribd. De Bloemen, uit de Oxels voortkomende, op eigen Steeltjes, hebben een Hartvormig Omwindzel, dat zig fluit en opent ,afs gezegd is , en dikwils wederom een ander Bloemfteeltje uitgeeft, De Bloemen hebben de

drie

(*) KAJtMPB. Jap. T. p. 888. (tl BURM. Fl. Ind- p. 16.

(2) Ccmmmna Cor. iniq. Fol. Lanceol. glabrit, Caule procumbente. Commel. Rad. perenni &c. Wachsnd. Ultp, 313, Commelina procumbens Flore luteo. R. Lugdi. 538, HALL. Gott, 66. FABR. Helmft. 18, BERG, Cap. lo.

G5

lh DïSL, XII, STUK.

V.

EI» KEI..'. li.

OOFBi

run. ir.

?omn>eli>f& Ifrieana. Kaïple.