Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"0 F B O ï F I i B T E »i 2Üt

ïn 't Enselfch St. Omers Onyons. De Stengel is maar een Voet hoog, het Bloemhoofd watAl kleineren de Meeldraadjes zyn enkeld; doch3, ia Reuk en hoedanigheden komt deeze nage-->t noeg met de gewoone Uijen overeen. Alleenlyk moet men aanmerken, dat zy veel minder fcherpte heeft, als gezegd is. Misfchien is van dien aart de zoete Ajuin, welke meü in de Levant teelt, en waar op de Turken zeer verilingerd zyn; hoewel men daar cok dc gewoone platbollige Uijens heeft, zó Rauwolf1 aantekent. Deeze worden 'er Bas/al genoemd. Men teelt in de Tuinen van Egypte ook Prey en Knoflook , volgens Forskaohl, die by Kairo een byzondere Soort aantrof, welke hy noemt Look der Wüdernisfen. Deeze hadt ronde Stengbladen , Elsvormige Meeldraadjes en een Zaaddraagend Kroontje. Zy was niet groot £*>

(35) Look met een makte Stengel, niet langer dan de Bladen, die rond Elsvormig Draadachtig zyn, t

De

(*) Allium Oefertomm. Fier. ASgypt. Arob. p. yz. (3J) Allium Scapo nudo adxquante Folia teretia Subulïto-Filiformia, H. Ups, 78. gort. Belg, s$. gouan Monsp: IS9. H, Cliff uö. &• Lutib. 40. N. j. All. Stam. fimpl. Sec. HALL. Opusc. 361.. All. N. 14 Cepa Scap's Foliisque Subulatis 8cc. Fl. Suec, 2S4 , a8z. Cepa feftilis Juncifolis

pg-

11 Deel» XII» Stok»

V. III»

)ÓFD-

us»

XXXV.

Allium Scb&no-

ra/urn.

Bieslook.

Sluiten