Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

'Afdek III.

Hoofd •

STUK.

«22 -Zesmannige Lelie-

De vermaarde T o o r n e f o r t , die de ü{. * jens, in een byzonder Gellagt, door de Pyp." achtige Bladen van de Look afzonderde, moest daar ook het Bieslook t'ftuis brengen, 't welk anderszins veel meer naar de Knoflook gelykt. De Franfchen noemen het dikwils ook Ciboule, zegt Gouan, de Engelfchen, volgens Kay, Cives of Clnves. Veelen hebbenze, met B auhinus, onder dé Prey geteld en Biesbladige Sny-Prey geheten of ook Wilde i want zy komt wild voor in veele deelen van Europa. Gesnerus vondtze op Rotfen, by Lauffenburg, aan de Oevers van den Ryn; Haleer doorgaans in 't Alpifch Gebergte. Zelfs is zy, zegt zyn Ed., aldaar in fommige Weiden zo gemeen , dat 'er de Smaak van het Zuivel door bedorven wordt: weshalve hy ze voor een Plant der Alpen houdt. Men vindrze op de drooge Kalk-Rotfen van Oe'and en Gothland , en elders aan de Kust van Sweeden, overvloedig.

Het gemeene Bieslook, dat men in de Tuinen teelt , heeft van een Handbreed tot een Voet hoogte. De Bladen verfchillen van de

Sten-

ferennii. tourmï. Injt. jsj. Pormm feet;vum juncifolium. c. b. Pin. 72. Schamoprafum. Dod. Pempt. 6%9. lob Ic. IS4. Portum Junceum. Munting Sec. Cep» Scapis Foliïsq. teretibus , Capitulis pyra^nidatis. Gmel. Sih. i. p. jj>, T. ij. f. 1. Cepa paluftris altisfima. buxb. Cer.U IV. p. ï7« ï. 45. gort, Ingr. 49.

Sluiten