is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4,26 Zesmannige Lelie.

V. Afdeel. 10.

hoofdstuk.i.

Melanthiunt Virsïinïcum.Virginifch,

(i) Melanthiurn met genagelde Bloemblaadjes.

Dit Kruid , welk Plukenet als met de Affodillen naverwant aanmerkte , hadt Takkige Stengen en fletfe Bloemen naar die van 't Vogelmelk gelykende. Zyne Afbeelding vertoont hetzelve in een fraai je gedaante. Men vindt het by Clayton genoemd, Nigella met ccne flets geele Bloem en Grasachtige Bladen. Het is, volgens de befchryving van vvylen den Heer Gronovius, een Plant van één , twee Voeten of hooger, met een ronde Stengel als een Halm en Bladen als van Room, overlangs geribd, dun en flap. Op den top is de Stengel, zegt hy, gepluimd met ontelbaare Bloemen , doch allen Vrouwelyk zynde, dat is, zonder Meeldraadjes. ILerom vraagt de Ridder, of het ook tot de Tweehuizigen behoore.

Een fraaije Afbeelding van deeze S )ort, door den beroemden Ehret gerekend, vindt men in 'c Werk van den Keizerlyken LyfArts, Trew, in welke niet alleen de Bloemen met Meeldraadjes maar ook in 't midden

van

(i) Melan-.hium Peta'is Unguiculatis. Syft. Nat.Xll. Gen. »45>- feg. XUI. Gen. 45+. pag. 2S7. Gron. Virg U, p. 55. Melanth. Fol. Linearibus integerrimis longisfiniis. Gron. Virg, I. p. 5». Asphodelo affinis Floridana , Ramolö Caule, Flor. Otnirhagoli obloletis. PLUE. jAmüth. 40. T. 434. '. 8. TBEW. Ehril. T. 81.