Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

Afdeel,

'IV. Hoofü»

stue.

!

i < i J ] c a g P

i

•i

496 Manwyvige Lelie".

en langwerpige Jlompe Bladen; de Lip vaii 't Honigbakje Liniaal driedeelig, vut de middelfie Slip klein.

Veel laager valt deeze, die wegeas de groeno Bloemen den bynaam heeft , beminnende de koude Gewesten van Europa. In fommige deelen van Sweeden is zy zeer gemeen, en komt in Switzerland op hooge en laage Bergvelden, als ook in de Valeijen, veel voor. In Siberië groeit zy van de Oby-Rivier tot de Jaik, overal, indien de Grond gunfiig is, zegt GmeLin. De Heer Scwencke heeftze in de Valeijen op Staalduin, by 's Graavenhaage, gevonden. Zy heeft twee driedeelig gevingerde SVortels, welke, even als in de Teftikeldraapnde of rondbollige Standelkruiden, de eene irifch, de ander flets zyn en flap. De Stengel s naauwlyks een Span hoog,met taamelyk bree. le Lancetvorrhige Bladen als die der Helléboine. Of zy wegens dergelyke figuur der Jloemen Batrachites genoemd Zy,is onzeker. iOBEL ze&t, dat menze Myoides of Batrahites noemt, om dat de Bloemen groen zyn Is Vorskens, ghelyckende larckwerpige Vliehen. Zy hebben een rond groenachtig Helmje, van vyf Blaadjes gemaakt, als devoorige aar binnen de Meeldraadjes beflooten zyn*

maar

ar. i;3. T. 31. f. 6, 7, g. Serapias Batrachites velM/. (les, LOB. le. 193. HALi, Htlv. n. ia5P. T. »«.

Sluiten