Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

493 Manwyvige Lelie.

V.

Afdeel. IV.

HOOFD' STUE.

IV.

Satyrium aliidum. Witachtig,

als van Anjelieren (*). Zy zyn zodanig omgekanteld, dat de Helm onder komt, de Lip met de Spoor boven : maar de deelen der Blcem zyn zeer klein: het Lipje gelykt naar een Ploegyzer en de Spoor is naauwlyks zigtbaar.

Dit fmalbladig Standelkruid of Zakjesbloem, dat Bladen byna als de Gocusjes heeft, komt op de Gebergten ook , doch zeldzaam, voor, met Roozekleurige en met Witte Bloemen, zo Tournefokt aantekent. Het wordt, wegens de gevingerde Wortels , mede tót de Handekenskruiden betrokken (-[).

(4) Zakjesbloem met gehandelde Bolwortels , Lancetvormige Bladen, de Lip van 't Ho» nigbakje fpits driedeelig, het middel-Slipje ftomp.

In Sweeden is deeze Soort zo zeldzaam , dat LiNNiEüs haar ia Schoonen vindende « 'er

(*) Flos famrate purpureus , pene niger , in altioribus Alpibus rarius Rofens, odore Caryophyiiorum eximio.HALL.

(tJ Inco&a Radix dicitur Lac in fervorem ciere. Idem.

(4) Satyrium Eulb, Fasciculatis, Fol. Lanceolatis , Nectarii Labio trifido acuto &c. jAcq; Vind. 294. FL Sv.e.yzx, sjoö. Oed. Dan. t. 115. Satyrium Scanenfe. It. Sean. 155. Fleudo.Orchis Alpina Flore Herbaceo. Mich. Cen. 30. t. a.6. Limodorum montanum &c, Cbom. Mem. de Parit Hos. p. 517, Tab. S. Orchis Rad. confeitis teretibus &o. Hall. N. 1270.t.2«. Fig.^i, Helleborine fiioccenbergeniïs. Bjv, M&élfldr. T. 3.

Sluiten