Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 32 )

■ ik dït bewijze , dat is., dat ik ene bijzonderê Voorzienigheid betoge. Alleen voere ik een geval aan. „ Élias bad een gebed, dat het niet „ en zoude regenen en het 'regende niet op de „ aarde in 3 jaren en 6 maanden. En hij bad „ wederom en de Here gaf regen." Lees het jac. V: 17, 18. — Dierhalven kan God van de goddclofen regen en fonnefchijn inhouden. Maar uit liefderijke grootmoedigheid doet hij ook door regen en fonnefchijn den goddelofen — zijnen vijand— wel. Ja! hij doet hem wel om hem daar door te vermurwen en tot bekering te trekken.— Wanneer wij dan niet enkel liefhebben, en weldoen, die ons lief hebben: maar ook die ons haten, en kwaad doen, dan zijn wij ware,rechtgeaarte kinderen van God. Dan volgen wij hem recht na. Maar — handelen wij zo niet, dan zijn wij geenzins zijne kinderen.

e. Zulk een gedrag brengt ook voordeehaao; zie vs. 46. Op geen loon heeft men te hopen, als men alleen met de grootfte zondaren gelijk is: maar wel, wanneer-men zich ais een waar

kind

Sluiten