Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i7 •—

<— 17 •—

geneezen. Gy zult rriynen raad des te eerder volgen, daar gy immers zeiven kunt begrypen, dat ik geen voordeel daarmede bcöoge, wanneer ik u tot de genoemde kundige, en door de overheid aangebelde, gelludeerde A rtfen henen wyze, en dat het my om het even zou kunnen wezen, of uw vee er door komt, dan of het u afïterft, indien ik niet uw waarc best van gafitfcher harte wenschte, en trachtte te bevorderen.

§ 17-

Zommigen van u handelen echter zeer dwaas en onchristelyk, wanneer zy zeggen: „ Wat 7al ik het vee nog lange met artfenyen kwellen'? Als het er door zal komen, dan komt het er toch wel door; en ah het (l erven zal, dan fier ft het toch: ik zal my dus, zonder het gebruik van artfenyen, enkel en alleen op onzen lieven Heer verlaaten " ——

Heet dat dan , het vee kwellen, wanneer men hem iets ingeeft, waardoor men hetzelve weder gezond maaken, en in 't leven behoudeu kan? Is dan het zieke vee niet als een Hukkend gebroken of gebrekkig veld of huistrereedfehap. dat men wederom tracht te verbeteren en te herflellen, om het nog lange te kunnen gebruiken? En zyn dan de arrfenyen iet? anders, dan het ambachtsgereedfehap, waarmede gy het gebrokene of gebrekkige veld- of huisgereedfehap zyne voormaalige bruikbaarheid tracht weder re geeven? Past dan zulk eene dwaaze taal, en het blind geloot' aan het noodlot wel voor Christenen, tot wien gezegd is geworden : Eerbiedig den Geneesheer mei behoorlykcn eerbied, op dat gy hem hebt ten tyde van nood: want de Heer heejt hem gefchapen, en de artfeny komt van den B Al*

Sluiten