Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s34 DE REPUBLIEK DER

XXII.

BOEK.

1784. Delïurge. ry te Zutfhen gewapend.

Hadden in Gelderland de Steden Amhem en Zutphen een zo groot aandeel in de beroertenisfen deezer dagen als wy vernield hebben (*), de weigering der Magiftraat om de Gemeenslieden als een tweede Lid der Regeeringe te erkennen, bleef, ondanks de herhaalde Verzoeken en Vertoogen, in die beide Steden ftand houden (f). Beter was de Wapening der Burgeren te Zutphen geflaagd. De meerderheid'des Raads hadt ze, iri zeker voege toegedaan. Dan dit voldeedt een gedeelte der Burgery niet; waarom de dienstdoende Rotgezellen een Verzoekfchrift inleverden, om niet op de oude wyze, gelyk de Meerderheid des Raads wilde; maar in naarvolginge van de Schutteryen in Nederland, even als de Krygslieden van den Staat, gewapend te worden; terwyl de vrye of wagtgeld betaalenden, met den anderen meer dan vierhonderd Leden uitmaakende, verzogten, om zich by de Burger-compagnien te mogen vervoegen; of, ingevalle dit afgeflaagen wierd, even als in de andere Steden, een Exercitie-genootfchap te mogen oprigten, ingelyfd blyvende in de Burger-fchutteryen, met aanbieding des

Eeds van Gehouw- en Getrouwheid.

Verzoeken door de Gemeenslieden goedgekeurd en by de Regeering zodanig aan-

ge-

(D Zie onze Vadert. Hifi. VI. D.bl.210. 232. (D N. Nederl. Jaarb. 1784, bl. 525. Courief, van Europa l. D. bl. 385.

Sluiten