Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

346 DE REPUBLIEK DER,

XXXIV.

BOEK.

1786". •

De Infinuatien aan <ie afgezette Raaden gezonden.

Aanfpraak door van , Haeften over dit af- 1 zetten der 1 Raaden. ,

<

3 i < 1 t ^

3

5:

gewoonen aart, eene ontelbaare menigte niet alleen van Utrechtenaaren, maar ook van vreemden, derwaards toegevloeid, tot getuigen hadden.

De afgezette Raaden ontvingen nog dien zelfden dag de Infinuatien, by welken zy van hunne Regeeringsposten vervallen verklaard werden, terwyl zy nogthans hunne Commisfiendie niet uitgezonderd waren, tot den twaalfden van Wynmaand naastkomenden, zouden kunnen blyven waarneemen; ten ware zy, door hunne verdere tegenkantingen, de Burgery noodzaakten, tot haare Veiligheid sn behoud van haar Regt, ook daar in verandering te moeten maaken.

De Vroedfchap van Haeften, die zich, by aanhoudenheid, een Voorftanler betoonde van de begrippen en hanslelingen der Burgerye, en het verrigtte >p deezen Dag met zyne goedkeuring vereerde, ontving by het afvuuren van le Compagnie de Pekfiokken aan welker ïoofd hy was, op den vierden van Oogstnaand, de openlyke dankerkentenis zyner )fficieren en Schutteren. By het gevoeig genoegen, 't welk hem zulks verweke, en 't geen hy openlyk verklaarde, roegde hy hun toe. „ Ik betuig myn , leedweezen, dat Utrechts braave Bur, gery zich genoodzaakt heeft gezien,

om veele kundige Regenten van hunne . Posten te verlaaten, en fchoon zy, door

hunne van my verfchillende begrippen,

tot zulk eene daad, welke uit den boe-

Sluiten