Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o DE REPUBLIEK DER

XLI.

BOEK.

I787.

Haaf JSrief aart de Griffier Fa-

gel.

ten huize van een der regeerende Burgêmeesteren, vertrokken zy na Woerden mei een gedeelte der Ruiterye, terwyl het overige gedeelte, naa eenigen tyd, in een Herberg buiten de Stad, uitgerust te hebben, des anderen daags weder vertrok; en haare Koninglyke Hoogheid zich den geheelen volgenden dag onbelemmerd binnen Schoonhoven onthieldt.

Twee Brieven vaardigde Zy van daar af. De eerfte, tot geleide van den tweeden dienende , aan den Griffier Fagel gerigt, was van deezen inhoud. — w Het fingulier gejj val my van daag gebeurd, heeft my doen »fchryven nevensgaanden Brief aan den „ Heer Raadpenfionaris van Holland; in5t> houdende de redenen van rayne Aankomst, „ hem verzoekende denzelven onder het oog „ van haar Ed. Gr. Mog. te willen brengen. w Ik heb het te gelyk van mynen pligt gew agt U. W. E. G. daar van kennis te gees, ven, om denzelven in ftaat te ftellen, hun jj Hoog Mog. daar van te verwittigen, het w zy in de Befogne, het zy in de Vergade-

ring, zo als U. W. E. G. het gefchiktst „ oordeelt. Ik zal my niet inlaaten in eenige „Reflexien omtrent het Geval. Ieder die yy my kent, zal ligtelyk begrypen, hoe diep

ik moet getroffen zyn over eene GebeurM tenis, zo weinig overeenkomende met w myne Gevoelens en Oogmerken. Hoon pende ik in korten in ftaat gefield te zyn n deeze laatfle te vervolgen , met al den „yver en getrouwheid, die de waare bew langen van het dierbaar Vaderland en van

Sluiten