Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

352 DE REPUBLIEK DER

XLIII. BOEK.

1787.

Waarom Burgemeesters, in een tydftip van zo veel onzekerheids, als thans plaats hadt, den uitflag der beraamde Staats-commüfie op het geheele Tweede Lid des Voorftels van Haarlem, mitsgaders van de poogingen, die daar omtrent door de Natie zo wel als door Staatsleden, nog zouden mogen worden aangewend, voor eerst ter zyde zettende, op grond der bygebragte bedenkingen, gemeend hadden, het Punt van den wettigen en noodzaakleken Invloed van Haarlems Burgeren en Ingezeten op hunne Vertegenwoordigers, der aandagt van de Vroedfchap te mogen aanbeveelen, als een Voorwerp uitleeverende om door eene gelchikte StedelykeDispofitie zyne voornaamfte en voor die Stad voldoende Bepaaling te onvangen.

Weshalven zy moesten voorftellen, of hun Ed. Agtb. niet zouden kunnen goedvinden , uit de Vroedfchap en Ministers van Haarlem, eenige weinige Heeren te benoemen, tot het nagaan en onderzoeke, „waar in de wettige en noodzaaklyke „ Volksinvloed, welke, uit aanmerking van „de vastgeftelde Regeeringsvorm by Vertegenwoordiging, volgens de gefteldheid „deezer Stad, ook aldaar behoorde plaats „ te hebben, moest beftaan; en hoedaani„ ge Bepaalingen op dat Stuk, zo tot vet„ myding van alle onzekerheid en fchade„ delyke verwarring, als tot duurzaame „ bevestiging van het noodzaaklyk vertrou„wen tusfchen de Regeering en de Inge„ zetenen van Haarlem, zouden dienen gehaakt te worden." Dank-

Sluiten