Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLVII.

boek

1787. Verwoestingenen Plunderingendaar aangeregt.

Q*) Pfau Gefchiedems van den Veldtocht der Pruis» Jen l. D. bl. 47.

32 DE REPUBLIEK DER

van zyn goeden naam, die te vooren te Gornichem het Bevel voerde, niet verplaatst hadt (*;.

Eer nog de Hertog Gornichem verliet * hadt hy de onlangs afgezette Magiftraatsperfoonen, in hunne Posten herfteld; doch daar mede de rust niet. Althans het ingerukte Krygsvolk, onderrigt en voorge-^ gaan, door het op de Patriotten verbitterd Gemeen, richtte te deezer Steede, eene deerlyke verwoesting en plundering aan. Het hart opnaaiende in de elenden der thans vernederde Partye, die hun leed vermeerderd zag, door inbrengen van Krygsgevangenen, op den Arkelfchen Dyk, aan den Pruisfen in handen gevallen, en de zodanigen, die in de omliggende plaatzen, van de verftiooide Burgercorpfen of Krygslieden opgejaagd, gevat en binnengebragt werden. Tot die jagt werd Voet en Paardenvolk afgezonden, en vonden deezen hun Brakken en Helpers in de Landlieden die, aan Oranje toegedaan, het geleden leed met woeker betaald zetten, en ook zelve met hooivorken en andere Wapenen veelen uit wederwraak,mishandelden, kwetften, vermoordden, of den Pruisfen overleverden, die 'er het hart aan ophaalden, met ze op de onbarmhartigfte wyze mede te fleepen, en in het vermeesterde Gornichem te brengen.

Hoog-

Sluiten