Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zo STEMRECHT*

bepaaling worden opgevat, dewijl daar van uitgezonderd zijn zoodanige Stemmen,die reeds voor den jaare 1698, op byzondere ftukken Land, Cde Hornlegers niet zijnde,) gelegd zijn; om dat bet leggen van Stemmen op ftukken Land, by 't Stemreglement van dat jaar, wel voor 't toekomende verbooden is; doch met uitdrukkelyke bepaaling, dat zulks niet zoude prejudiceeren aan de wettige Bezitters van zoodanige Landen, waarop de Stemmen voor dien tijd gelegd waren. Regl. van 1698 Art. 7, 8, 9 en 10, vergeleeken met het tegenwoordige Stemregl. Art. 4, 5, 6 en 7; zoo dat die Stemmen moeten worden gerekend niet op de Hornlegers, maar op die ftukken Land te liggen; terwijl in-de volgende Wetten niets gevonden wordt, waar door die bepaaling voor vernietigd zoude konnen worden gerekend; wordende dezelve in tegendeel by 't Regiem. Reform. Art. 10 genoegzaam bevestigd, zoo als ook by de Heeren Staaten in eene Decifie, over de pluraliteit van het Dorp Oostrum, den ia Mey 1777 gevallen, geoordeeld is. Ook zijn daar van uitgezonderd de Stemmen, behoorende tot de Pastorye-huizen, by de Predicanten bewoond, welke, by de Verkooping der Pastorye-goederen, op bepaalde ftukken Land gelegd zijn, als zijnde die ftukken Land, door de Heeren Staaten, uit krachte van derzelver fouveraine magt, tot Stemdraagende Hornlegers geërigeerd, by Refolutie van den 8 July 1762.

Dat alleen Stemgerechtigd zullen zijn, de Goederen,

Sluiten