Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 DE REPUBLIEK DER

.LXXI. Boek.

2791.

den om binnen de muuren van Mentz te komen, zo lang de beide Monarchen in die Stad vertoeven zouden» Welhaast vondt zich de Villars in zyn oogmerk te leur gefteld. Hy ontving, van wegen den Keurvorst,- die zich toen te Frankfort ophieldt, de zonderlinge aanfchry ving, dat de aanftaande komst van het Opperhoofd des Duitfcken Ryks , de geduurige aanmarsch van deszelfs Krygsmagt, als mede die des Konings van Pruisfen, na de Oevers van den Rhyn, benevens de aanzienlyke vermeerdering van het getal der Uitgeweekenen in het Keurvorftendom Mentz, en de nabuurige Landftreeken, het alzins buiten het vermogen konden ftellen van zyne Keurvorstlyke Doorlugtigheid, om hem, gevolmagtigd Minister, volftrektlyk vry te waaren, wegens de gevolgen, welke daar uit, ten aanzien van zyn Perfoon, konden voortkomen. Dat diensvolgens, de Keurvorst, om al dat geen in agt te neemen, wat overeenkomftig is met het Regt der Volken jegens den Minister van eene Mogenheid, tegen welke men, van den kant des Keizerryks, in geen volflaagen Oorlog was, den gevolmagtigden Minister van Frankryk op deeze gefteldheid van zaaken wilde opmerkzaam maaken, en aan denzelven in overweeging gaf of hy niet beter zou doen met zich uit dit Land te rerwyderen, in een tydftip, 't welk, ten zynen opzigte, noch eene volkomene veiligheid, noch dat onthaal toeliet, 't welk syn Hof anderzins gewoon was in 't oog

te

Sluiten