Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

492 OVER HET TOENEMEN, STILSTAAN

*t algemeen echter, krijgt de vrouwelyke kunne haare huwbaarheid vroeger dan de mannelyke, eo dat men in ons luchtgezel zeggen moge , dat de meisjehs reeds omtrent het vijftiende jaar haare huwbaarheid krygen, daar integendeel de jongelingen dezelve niet eer erlangen, dan om en by hun twintigfte jaar.

§• 649,

Niet lang, daarna, fielt de Natuur het perk aan de geftalte (ftatura), en de groei van een mensch, clie mede, uitgenomen eenige byzondere menfchen of huisgezinnen, welke daar omtrent verfchillen; naar 't verfehil van 't luchtgeftel, op veelerhande wyzen onderfcheiden is *),

§t 65O.

En dan beginnen ook de aangroei/els (epipïiy. fes) der beenderen, tot nogtoe ouderfcheiden van

*)■ Want de Natuur heeft geen een voorrecht aan den n,ensch gefebonfcen , of het ondervindt het vermogen van 't Liichtgeftei, zo wel als andere bewerktuigde lichaamen, welke gelijk een ietier weet, in een koud iuchtgeftcl veel minder grocijen , dan in warmere luchtftreeken.

Dat de reusachtige Patagoniers, zo wel als hetMadagascarfchc Dwergen Volk van den ligtgelpovigen commerson», onder, de grove verdichtfelcn moeten geteld wotden, be> hoeft men thands niet meer te melden.

Sluiten