Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AUCTEUR aan den LEEZER. 5

zyn pligt vermaand hebbe, kan Zyn E: nog iemand my qualyk neemen, en dat ik op den grond van deszelvs waarneeming myne heilwenfchingen gevestigd hebbe, moest ik doen, zou ik myn eigen gewisfe niet verkragten.

Van de byfondere gevaHen tusfchen Zyn E: en my, en tusfchen den Kerkenraad en Zyn E: heb ik geen woord gerept, ik zal nu ook nog zulks niet doen, fchoon 't my anders niet moeilyk zou vallen, wyl ik van tyd tot tyd daarvan aanteekeningen gemaakt hebbe, dog deze verkies ik niet bekend te doen worden, dan in de uiterfte noodzaaklykheid, wyl ik, zo lang my mogelyk is, zoek te dekken , om der Gemeente wille.

Voorts kan ik den leezer verzekeren, de aanfpraak aan myn Collega zo woordelyk uitgefprooken te hebben , als dezelve hier geleezen word, fchoon ik dit anders van deze leerreden, zo min als van de anderen kan zeggen, nadien ik, niet zeer gewoon aan het woordelyk memorifêren, hier in te veel moeilykheid zou gevonden hebben, egter heb ik deze predicatiën byna, en, zo veel my doenlyk was, woordelyk gedaan.

Nog iets moetik berigten, met opzigt tot myne affcheids-rede, dat namentïyk onder het getal, welke onder myneri dienst A 3 met

Sluiten