Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

%6 Aenmerh op E. M. Engelberts Verdedig:

zodanigen yver geheel te doen verflaeuwen; en dat van iemand, die, niet dan met benadelinge van beroep en beurs , zyne verheven talenten aen de TooneeldichtkunsY kan te kosten leggen, zou gevergd worden, wanneer hy zyn doorwrocht kunstdruk graeg op het voornoemde Tooneel vertoond zag, het zelve, zonder de minfte ontgeitenisfe, daer aen overte^ geeven; zulks moet foortgelyke bckwaeme perfoonen voor altoos doen afzien , om immer de handen aen zodanig een werk te flaen. Dit heeft het Leidfche Genootfchap, Kunst wordt door arbeid verkrcegcn, mede genoopt om, in zynen lof der Tooneel-: dichtkunde, zich dus te laeten hooren:

En klaegt men, dat zoo fchaers de Dichters hunne [pelen, Die waerlyk kunftig zyn, den Schouwburg mededeelen ! Indien men 't kostlyk geld, dat, Jints den ouden ft and Der Academie, dwacs, onnodig, dol, ten fchand' Der Doofden is verkwist, ten loon had doen vertrekken, Om nutte Kunftenaers tot yver op te wekken: Geen Gal, geen Brit zou ben in vlyt te boven gaen; DesScbouwburgseer zoufteedsdoor'sDichtersroembeftaen.

Hier by komt nog, dat men in ons. Nederland, (uitgezonderd in de Provincie van Holland, alwacr, door de, zo vaste, als nu en dan opgerichte Tooneelen, de Tooneelpoczy by veelen nog in haer wezenlyk licht word befchouwd) iemand, die dezelve oefent, als een gevaerlyk, als een godloos mensch aenziet, welke, in

plaet-

Sluiten