Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 27 )

Zaligmakend geloof deelachtig te worden; dan, ja dan zoude het niet zwaar vallen om zulks te bewyzen; maar dan mogt men ook wel David by deeze twee voegen, die Paulus ook onder dezelven plaatst? deeze David toch was vooral met geen mindere euveldaaden belast, dan de andere twee ; hy dreef overfpel met Bathfeba, en liet Urias haaren Man opzettelyk dooden, en zondigde dus tegen meer dan één gebod der Godlyke Zedewet Min leeze deeze gebeurtenis, 2 Sam. ii. Ja dan mogt men wel vragen: hoe het dan met alle menfchen zonder onderfcheid gefteld is? Zegt onder anderen Paulus niet? Rom. 23. Zy zyn ahemaal Zondaars; en hun ontbreelt den roem, dien zy aan God hebben zouden. Wanneer by gevolge het Zaligmakend geloof alleen kan woonen in een hart, 't welk van natuur rein en onbevlekt is, dan leeft 'er geen mensch ooit op den Aardbodem, die het Zaligmakend geloof bezit, of ooit deelachtig worden kan; ja dan is dit geloof een onding.

Maar laat ons Simfon en Rahab eens recht by het Oude Bybel-licht befchouwen. Met betrekking als Zondaars hadden zy mede deel aan de Godlyke verzeekering by den Propheet Ezechiël: Zoo waarachtig als ik leeve, [preekt de Heer, ik heb geen lust aan den dood des Godloozen, maar daarin, dat hy zich bekeere en leeve, Hoofd ft. 33: 11. 'Er is dus leven en Zaligheid voor Zondaars die zich bekeeren, en dus ook voor Simf m en Rahab. Niemand ondertusfehen kan zich tot God bekeeren, die niet alle die Godlyke Waarheden , waarop deeze bekeeringrusten moet, gelovig omhelze. Hy, die waarlyk tot God bekeerd is, is een Kind van God, een erfgenaam des eeuwigen levens; en moet zeer zeeker het Zaligmakend geloof bezitten ; want volgens Paulus taal, is het onmoogelyk, zonder geloof Gode te bebaagen , Hebr. ii: 6. Simfon en Rahab hadden, volgens Paulus, dit geloof, bygevolg zy behaagden Gode, zy waren bekeerd, hun geloof was een Zaligmakend geloof.

Nu zullen wy van Paulus terug keeren, tot het Oude Verbond zelve, en zien of wy in de gefchie^

de-

Sluiten