is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee redevoeringen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

REDEVOERING.

re de natuur hem vormen moet, voor oogen hebben. Dan hoe zeer ook de aangewezene gaven der ratuur tot zijn wezen volftrektelijk behooren, hoe zeer de volkome^e verëeniging van dezelve die oudfle en oorfpronkelijklte dichters, welke, door alle eeuwen, de algemeene bewondering heb. ben opgewekt, fchier eeniglijk gevormd hebbe, bewijzen echter de onvolmaaktheden zelve, welke de werken dier dichteren ginds en elders ontfieren, dat oefening en kunst ter befchaving van dien natuurlijken aanleg niet weinig kunnen toebrengen. Wie derhalven zal twijfelen, of de gemeenzame kennis dier onwaardeerbare voortbreng, felen der Oudheid, welke, volgens de eenfiemmige getuigenis van bevoegde rechteren, voor meeflerflukken van vernuft en fmaak te houden zijn, van bet grootfte aanbelang voor den dichter gerekend moete worden? — Zal hij, dezen bekoorlijken lusthof naarflig doorzoekende, en uit deszelfs niet min geurige dan fchoone bloemen, even als eene nijvere bij , de edelfte

fap-