Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DUITSCHE PRINCES. 19

toeftemmen, dat God, van alle eeuwigheid af geweeten hebbende al het geene myn ziel op elk oogenblik zal willen en verlangen, een zoodanig werktuig heeft kunnen maaken', dat op elk oogenblik voortbrengt, beweegingen overeenkomftig met de beveeien van myn ziel ? Dit werktuig nu is juift myn lighaam, dat met myn ziel niet verbonden is dan door deze overeenftemming; invoegen dat, indien de werktuigelyke befehikking van myn lighaam geftoort wiert op het punt dat die niet meer overeenftemmende met myn ziel was, dit lighaam nietmeerder tot my zoude behooren dan het lighaam van een Rhinoceros in het midden van Afrika : en zoo het kwam te gebeuren dat myn lighaam ontfteld wiert, zoo kwam ook God het lighaam van een Rhinoceros zodanig te befchikken, dat zyne beweegingen zoo overeenftemmende waaren met de beveelen van myn ziel, dat hy zyn poot opligte op het oogenblik dat ik myn hand wilde opligten, en zoo ook met andere werkingen; dit zoude dan myn lighaam weezen. Ik zoude my dan fchielyk vinden in de vorm van een Rhinoceros midden in Afrika , maar niet tegenftaande dat zoude myn ziel de zelvde werkingen agtervolgen, B a Va

Sluiten