is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven over de voornaamste onderwerpen der natuurkunde en wysbegeerte.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DUITSCHE PRINCES. 81

geen opzicht heeft tot die plaats, dan uit kragte van zyn werking en zyn magt of vermogen. Dit is ook den invloed van de ziel op het lighaam, die er het leeven in geeft, dat ook zoo lang duurt, als dit verband in weezen is, of zoo langde werktuigelyke befchikking in zyn geheel blyft. De dood is dan niets anders, dan een verwoesting van dit verband, en dc ziel heeft niet nodig elders verplaast te worden; want, vermits zy nergens is, zoo zyn alle de plaatfenhaaronverfchillig; en bygevolg zoo het God behaagde naa myn dood een nieuw verband te bepaalen tusfchen myn ziel en een lighaam werktuigelyk gefchikt in de maan, zoo zoude ik van dat oogenblik af aan in de maan zyn, zonder eenige reis te doen: en zelvs,indien God, op dit uur, aan myn ziel een vermogen toeftont op een lighaam werktuigelyk gefchikt in de maan, zoo zoude ik gelykelyk hier en in de maan zyn, en daar in zoude geen de minfte tegenzeggelykheid zyn. De lighaamen kunnen maaralleenniet op een zeiven tyd op twee plaatfen te gelyk zyn, maar niets belet de geeften, die geen de minfte betrekkelykheid tot plaatfen hebben uit kragte van haar natuur, om te gelykcr tyd te werken op verfcheide lighaa* II. Deel. f men ■