is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven over de voornaamste onderwerpen der natuurkunde en wysbegeerte.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DUITSCHE PRINCES. t0g

de Afwyking westelyk 15 graaden was; waar uit hy zag, dat hy door alle die plaatfèn nog gemakkelyk een lyn kon trekken welke hy den lyn van 5 graaden westelyk noemde: hy vond ook twee lynen van dien aart, waar van de eene, om zoo te fpreeken, den eerften zonder Afwyking, en de andere den laatften vergezelde. Even eens handelde hy met de plaatfèn, alwaar de Afwyking io° vervolgens 150 en 20° was, en zoo voort; en hy zag, dat de lynen van die groote Afvvykingen bepaald waren naar de Poolen, terwyl die der kleine Afwykingen den geheeïen Aardkloot doorliepen en door den Evenaar gingen.

In der daad de Afwyking, gaat naauwelyks boven de 1.5° onder den Evenaar, zoo wel naar het Westen als naar het Ooften ; maar de Poolen naderende, kan men op plaatzen komen, alwaar de Afwyking meer dan 58° en öo° is; ongetwyffeld zyn er alwaar zy nog grooter is, en zelvs de oo° en meer te boven gaat, alwaar het Noorder einde van de Naaide by gevolg naar het Zuiden zal keeren.

Kortom, naa diergelyke lynen getrokken te hebben, door plaatfèn, alwaar de Afwyking 50 ■ I0, f S$Q enz> 00ftelyk wajj heefc

de