is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven over de voornaamste onderwerpen der natuurkunde en wysbegeerte.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duitsche Fr in ces. 43$

kennen,in welken wy van zeer groote dingen oordeelen , niet tegenftaande wy die zien onder zeer kleine hoeken.

Wy hebben dan niet anders te zeggen , dan dat wy, by de op en ondergang vande maan dezelve oordeelen wyder van ons af te zyn , dan wanneer zy een zekere hoog, te gereezen is. Zoo dra men in deze gisfing, wat de oorzaak daar van ook mag zyn, overeenkomt, zoo volgt daar noodwendig uit, dat wy de maan ook zoo veel grooter moeten oordeelen.; want dat is altoos waar, da£ hoe verder wy een voorwerp gisfen, hoe grooter wy meenen, dathetis; en dat juist in dezelvde evenredigheid Zoo dra ik my door eenig bedrog verbeelde, dat een vlieg, die voorby myn oogen heen gaat, zig bevindt op een afftand van 100 treden, zoo ben ik genoodzaakt, byna tegen myn wil en dank, die zoo veel maal grooter te oordeelen , als 100 treden den afftand van de vlieg tot myn oogen te boven gaan.

VI. Zie daar ons dan gebragt tot een nieuw vraagftuk: waarom gisfen wy de maan verder van ons af, wanneer zy zig aan den gezichteinder bevindt? En waarom is dat bedrog zoo algemeen, dat er niemand van uitgefloten is? Dit bedrog van zig te E e 4 ver-