Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over 'PSALM. XXTI. 27,-32. 50*

als het flegtfte zoort van volk, mogen wij denken, dat hier worden ingevoerd , om ons de zondaars uit de Heidenen af te beelden , die hoe erg en liegt ook gerekend bij de Jooden , op hunne bekeeringe tot de gemeenfehap van den Mesfias zouden worden aahge« nomen. Ter ophelderinge hiervan kan 'er niets gepaster gevonden worden, »dan de gelijkenis van onzen Zaligmaaker zeiven, bij Matthaeus in het XXIIfte (g ) en Lucas in het XlVde daar hij het Koningrijk

der hemelen vergelijkt bij eene bruiloft door eenenKoning voor zijn Zoon bereid, tot welke de genoodigde niet wilden koomen, onder allerleije voorwendzeis, en zelf zijne dienstknegten op herhaalde roepinge mishandelden. Waarna de dienstknegten op zijn bevel tot dat feest zo veel zij vonden op de ftraaten, op de wegen, en langs de heggen, beide kwaadenen goeden, armen, verminkten, kreupelen, en blinden, verzamelden en binnen bragten. Welke verbeeldinge baarblijkelijk en ten vollen met mijne uitlegginge van deeze voorfpellinge overeenkoomt. De genoodigde waaren de Jooden , welken de Mesfias beloofd was; de andere de Heidenen, die als zonder God leefden in de wereld. —— Dog om voort te gaen ; De uitgeftrektheid van het Koningrijk van God en den Mesfias wordt dus nog verder aangeweezen, Alle, die in het

M

tine. p. 131. Fr. Hasfelquist Travels to the East.p. 88. R. Pocock. Defcript. oftheEast. Vol. I. p. 57.p. 183. (g) Vs. 2, env. (b) Vs. 16, env.

Ii 4

Sluiten