Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 OVER DE GODLIJKE

vens de gefchiktfte is. . Alle genachten, in deze fchepfelen vermeerderen zich in eene zekere gelijkheid en de vermeerdering van alle fchepfelen ftaat weder in eene behendige gelijkheid met het nut, dat zij aan an^ere fchepfelen verfchaffen moeten. Deze ontelbaare fchepfelen, eik van welken zich naar bijzondere neigingen beweegt, arbeiden nochtans tot een gemeenfchappelijk doeleinde, dat zij zelve niet kennen. Zij misfen dat doeleinde niet, zij verwarren .niet: bij hunne verfchillende, en zelfs dikwijls tegenïtrijdige geiiartheden vernielen zij eïkanderen niet, en wanneer zij eikanderen fchijnen te vernielen, zoo wordt door deze vernieling zelfs de natuur als het ware verjongd en opgeluisterd. Eindelijk, de ganfche natuur neemt in alle haare werkzaamheden den kortten weg in acht, zonder immer aftewijken of iets vergeefs te doen. Alle haare bedoelingen worden fteeds door de geringfte krachten bereikt, en altijd blijven de middelen aan de oogmerken, en de krachten aan de uitwerkingen evenredig.

Wanneer wij , MM. AA. HE op deze wijze, de natuur in alle haare wer-

kin-

Sluiten