is toegevoegd aan uw favorieten.

De Theodicée van Paulus, of De rechtvaardigheid Gods [...] aangetoond [...] in eenige aanmerkingen op deszelfs Brief aan de Romeinen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«34 AANTEEKEN * N GE N

door de Jooden-met den naam van zondaartn W*) onderfcheiden te worden. Zie aangaande ^de beteekenis van dat woord Jant.

-8En waarom 'zeggen wij) niet, enz. Het derde gevolg, het geen hij uit het Joodfch^ gevoelen ter wederlegging van het zelve trekt, is dit. „ Indjen onze zonden in 't afgetrokke*, ne befchouwd, ter verheerlijking van God „ ftrekken, en wij ter zijner eere zondigen* * dan hebb^n wiJ' ook geene reden, om er ons >, over te fchaamen, en wij moeten, zoo wij » ons zeiven gelijk zullen blijven, onze zede», kunde veranderen, en er dezen ftelregel in», voeren: geef u onbefchroomd in het bedrii« ven van allerlei kwaad toe, en hóud u ver», zekerd, dat er altoos goed, naaralijk de verheerlijking van God, uit Voortfpruiten zal.» Hij merkt hier op aan, dat deze ftelling, welke rechtftreeks de wet va. God tegen fprak* ten rechte door hen verfoeid wierd.

9 Zoo. Jooden, ah Grieken. Van de Gric ken of Heidenen H. I; Van de Joodtfn

xx. 11: i—24.

^eAhreeven is. pAvtm bedient ^ m de H. schrift om aan te toonen, dat alle menichen, zonder uitzondering van de Jooden, bij God voor kwaaddoende* gehouden wierden. üe geheele plaats, welke hij aanvoert, tot het wnde van het 19 vers, is te vinden bij de LXX