is toegevoegd aan uw favorieten.

Over den brief van Paulus, aan de Philippensen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHILÏ.PP: IV. vs. 8, g: 431

in uw binnenfte hebben gevoeld, toen gij in het lezen des briefs van uwen zoo zeer beminden Paulus gekomen waart tot deze woorden: .Het geen gij ook geleerd, en aangenomen,' en gehoord, en in mij gezien hebt, dat doet.

Of deze van ter zyde inkoomende drangredenen nog niet genoeg mogten zijn, om den noodigen invloed te maaken op het gemoed der Philippiërs, voegt hij er eindelijk ten befluite van zijne vermaaningen eene uitdrukkelijke drangreden bij, vervat in deze nadrukkelijke woorden: en de goj) des vredes zal met d zijn. Deze drangreden moet verftaan worden overeenkomstig den aart van het Euangelium der genade, het geen alle verdienstelijkheden, alle wettifche voorwaarden volftrektelijk uitfluit, niet alleen ten aanzien van die. die , in hunnen natuurftaat leevende, geheel '.onbekwaam zijn ten eenigen goede, maar ook ten aanzien van zulken,die, nieuwe fchepfelen in Jefus Christus geworden zijnde, in zoo verre bekwaam zijn, om goede werken te doen Het Euangelium leert ons aan de eene zijde, dat God met deze laatften is en blijft; dat is, dat Hij met zijne genade in Christus beftendiglijk bij hen tegenwoordig is, om hun wezenlijk geluk in tijd en eeuwigheid te bevorderen, hoedanig hunne gemoedsgefteldhedeii en gedragingen ook mogen zijn. Dog dat /elfde Euangelium leert ons aan de andere zijde

En de God des Vredes zal wet u zijn.