Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

%o% PHILIPP. IV: vs. 21-23.

brief aan de Epheziers wordt deze zegenfpraak door eene andere voorafgegaan, Kap. VI: vs. 23, 24. In het flot van zijnen eersten brief aan de Corinthiers wordt deze zegenbede door eene andere gevolgd, Kap. XVI: 23 en 24. In het flot van zijnen tweeden brief aan de Corinthiërs Kap. XIII: vs. 13. voegt onze Apostel bij het hier gewenschte de toewenfchmg van de liefde des Vaders, en de gemeinfehap des Heiligen Gees. tes. De onderfcheidene gefteldheden van de genoemde gemeentens gaven aan Paulus aanleiding, om in de groeten, die hij aan dezelve doet,uitgebreider te zijn, dan in die, welke hij hier aan de Philippiërs doet. Ondertusfchen wenscht hij hun met weinige woorden even zoo veel. Vrede en liefde met seloove, de liefde der Paulusfen, ik meen van de beste leeraars en leden der Christelijke gemeinte, de -liefde van God den Vader en de gemeinfehap des Heiligen Geestes, (naamelijk de liefde des Vaders, aangemerkt als een liefde vanwelbehaagen en van weldadigheid tot verloorne Adams-kim deren, kinderen des toorns van natuure, en de gemeinfehap des Heiligen Geestes, zoo als cie de geloovigen bewerkt, leidt, en troost,) 't ligt alles opgefloten in de genade van onzen Heere Jefus Christus, »t vloeit alles daar uit VODrt. Het inzien, het geen de Philippiërs daar m hadden, is de oorzaak,dat hij hun hier ten flotte niets toewenscht, dan de genade van denzelven. Dus is het' niet uit een beginzel

van

Sluiten