Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 34 )

Gek te fteeken (zo als gy pag. »6 en 34 van Uw Libel zegd) wanneer ik niet blvde ware geweest niet de gelegendheid, door fchelden, raazen en /potten, mynen moed te kunnen koelen, wanneer ik niet waare geweest gelyk eene Salamander , van welke men verhaald , dat zy in Vuur en Vlam leefd, — dan zoude ik niet gezien en niet geantwoord hebben.

Gy neemd my zeer kwalyk , dat ik in myne Voorrede zeide, dat gy niet geroepen waart, om den Romeinen eene Apologie te houden, en ten gevolg daarvan, behaagt het u, my met verfcheide Eertytels te beiïempelem Gy zegd: wel! dat heb ik- lang geweeten , voor dat ik noch wist, dat <ry verrekykende ? of byziende? Polyhistor in de Waereld wart. (waart) Gaarne zal ik dit gelooven, zo wel wanneer ik uwe Jaaren in aanmerking neeme, als uwe verbaazende kundigheden ; en kende ik u niet van Perzoon, dan zoude ik u, uit hoofde van de laatste alleen, eenen ouderdom'van een paar Eeuxven toefchryven. — Gy noemd my een fmgulier Etre. Het kan zyn , Myn Heer! hoewel noch zo fingulier niet als gy ; want gy zyt geheel en in alles een Zonderling, waarvan gy dagelyks noch meer blyken aan de Waereld leeverd, en ik ben verzekerd, dat zeder: het Jaar 1611, dat 'er eene Lutherfche Gemeente in den Haag bekend is , by dezelve nimmer zulk een • fingulier Etre als Predicant heefrgeftaan, dat zo fmgulier leeraarde en leefde , als gy zyt.

Verder

Sluiten