Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER JÈS, II. 2, 3, 4. 3

Ilde boek der Koningen (a). En dat zijne voorfpelJingen van Godlijken oorfprong en ingeevinge geweest zijn , toont derzelver vervullinge onbetwistbaar , voor zo verre wij dezelve in de gefchiedenisfeu kunnen nagaen, na verloop van zo veel jaaren. Voor zodanig is hij ook bij de Jooden ten allen tijde gehouden, gelijk Jefus de Zoon van Sirachin zijn boek O) aangaende hem betuigt; gelijk Efaias, die groote en eerwaardige Propheet, in zijn gezigt geboden had ——- Hij zag door eenen grooten geest de laatfle dingen , en troostede degeenen , die treurden in Zion\ Hij wees aan de toekoomende dingen tot in eeuwigheid ( of de toekoomende eeuwe) en de verbom gene dingen , eer dezelve gefchiedden. Zijne Godfpraaken munten uit in kragt, fierlijkheid en verhevenheid van ffijl en zeggen. Hij maalt in dezelve de toekoomende lotgevallen af, en den ondergang van verfcheidene volkeren, rondom het Joodfche land gelegen. Inzonderheid gaet hij de verdorvenheid en godloosheid van zijn eigen volk, de Hebreeuwen, op eenen flerken trant te keer; dreigt dezelve met Gods welverdienden toorn en ongenade : Voorfpelt me" Volkoomene verzekeringe de wegvoeringe van Israël naar Asfyrie , van Juda en Benjamin in de Babyloni» fche gevangenis. Tot troost ondertusfchen van de vroomenen godvrugtigen, welke in dat wederfpannig Volk nog waaren overgebleeven, en die anders mogten

(*) XIX. S. ih) XLVIII. 25, ü7, a8.

A %

Sluiten