Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over JES. VIL 14, I5i t& 33

fpellmgen in de fchriftcn der Propheeten, dat het 'er geheel niet op aankoome , of wij al op deeze niet bouwen kunnen, dat de vastheid van ons geloof daarbij in het minst niet lijdé. De aanhaalinge van Matthteus behoeft ons hier ook geheel niet te belemmeren. Zijne onfeilbaarheid kan zeer wel ongefchonden blijven, fchoon men aan de woorden van Jefaias inderdaad eenen anderen zin moete geeven, dan Waarop hij die heeft toegepast. Dusdanige gewoonte van de woorden des Ouden Testaments* als in eenige gebeurtenis vervuld, aan te haaien, fchoon daarin van ceeze gebeurtenis eigenlijk niét gefproken wierd is bij de Joodfche Schrijvers zeer gebruiklijk (aj. Welke daarmede niet anders willen te kennen geeven, dan dat de aangehaalde woorden óp zulk eene zaak zeer toepasfelijk zijn. Deeze gewoonte zou men dan ook kunnen ftéllen, dat de H. Matthseus in dit geval gevolgd heeft, gelijk hij elders O) buiten twijfel deed, zonder zijne agtbaarheid als Apostel en Godlijk Schrijver eenigzins te kórt te doen. — Weshalven

-wij dit fluk dan met alle onpartijdigheid overweegen en doorgronden mogen , zonder in het allerminst bedugt te zijn, dat zo deeze Godfpraak Christus al niet raake, de geloofwaardigheid van zijns Apostels Euangelium daarom de minde kreuk zal lijden.

ï. Laat

(a) Zie G. Siirenhufii, b//3a« xnra.Kzy~t. Q) II. i5, ip

II. deel. C

Sluiten