Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over JES. LUI. 7, 8.

zijne bittere vijanden, die dezelve vergezelden, gaf h>j geen een hard nog fchamper woord , maar vraagt aheen, wienze zogten? maakt zig bekend; en verzoekt hen , zijne leerlingen geen leed te doen. Schoon hij met dat één woord fpreekens, Ik ben het] hen kon over hoop werpen en verfluiven doen \ fchoon hij verzekerd waare, dat zijn Vader hem op' zijne bede wel twaalf legioenen Engelen zou willen bijzetten tot zijne reddinge; maakt hij daaryan geen gebruik, maar geeft zig zonder tegenfland in derzelver handen over. En dus bezat hij zijne ziele ook volmaaktlijk in lijdzaamheid, terwijl hij voor zijne onregtvaardige Regters gefield was , van den eenen naar den anderen gefleept wierd, naar Golgotha uitgebragt, en aan het moordhout vastgeklonken; hoe zeer hij op eene ijzehjke wijze met woorden en daaden wierd mishandeld, niet den rainflen toorn , gramfchap, of wrevel laatende blijken, tegen zijne boosaartige vijanden, wreede beulen, en baldaadige béfporters, alles gelaaten en gelijkmoedig draagende, en aan het kruis zelf onder de felfte p;jnen eene bezadigdheid van geest vertoonende , die aller verwonderinge met regt verwekken konde.

III. Dog wil men des Propheets fpreekwijze, dat de Mesfias als een lam ter jlagf nge geleid, zijnen mond niet op zou doen, en als een febaap, dat {lom is voor het aangezigt zijner fiheerderen, in eenen nog meer letterlijken zin neemen; men kan dezelve dan ook nog meer bijzonder toepasfen op het flil-

zwij-

Sluiten