Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxviii VOORRED E N.

ooren gehoord hadden, in vastheid en zekerheid te boven ging (#)• Maar ^oor deeze verzekeringe van hun eigen gezigt en gehoor wierden de Apostelen in hun geloof aan de oude Godfpraaken nog meer onwrikbaar bevestigd. —— Daar nu dusdanig een voorregt van de verfchijninge des Heerenin zijne heerlijkheid, en zuk eene omniddelijke Openbaaringe van God den Vader zeiven, dat men deezen voor zijnen Zoon te houden hebbe, den geloovigen in het algemeen niet gebeuren mogt; vermaant Petrus deeze vervolgens, Gij[ doet wel, dat gij daarop (op het propheetisch woord) agt geeft, dat gij u daaraan houdt, dat gij u bevlijtigt, om hetzelve te - onderzoeken, en met de bedeelinge des N. Verbonds te vergelijken, vooe zo verre deeze u bekend gemaakt is. —— Dog voor zo verre aan derzelver vervullinge de volkoomene affchaffinge van den ouden Godsdienst nog ontbrak, welke ook niet ten vollen klaar in de oude Godfpraaken wierd aangeduid, gelijk ook de geheele nieuwe bedeelinge niet zo helder uitgedrukt , dan des Euangeliums Openbaaringe zelve die nu ten toon fpreidde, en de Schriftelijke Gedenk-

ftukken

(2) En om deeze ongerijmdheid te vermijden, zo men gisfen mag , hebben onze Overzetters, in fpoor van andeten, voor vaster hetoorfpronglijk $ifixió^eov, zeer vast , vertaald : Gelijk de compar. zomtijds wel eens voor de Juperlat. genomen wordt.

Sluiten