is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweede proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, door het genootschap Dulces ante omnia musæ

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

%t * Taalkundige

overgezet: fonder het we/en ende fubjlantie tg' fleylen.

Cont fi allen , notum fit omnibus, zoo ook valt Velthcm icdoe't v cont. (7)

Die namaels we/en fiolen; te regt ftaat na voor post, fiolen is zullen, zoo komt het hiei dikwijls voor (8), en by Klaas Kolijn : wi zolen ni licht ficriven. (9)

Tughende metten geh ude derre jeghenwordigef Carten; tughende is, ook volgens Kiiiaan, betuigende, gehande vind ik by hem niet, het is hier, zoo veel als inhoud;■'jeghenwordiger is tegenwoordige , zoo gebruikt ook Melis Stoke het. bywoord jeghen-woerden, en Huidekoper haalt er verfcheiden voorbeelden van aan. (10)

Want wi ons fiat van den Bosch, die een Veste ende een Slot es Ons Lands op dat einde , ende daer Ons ende Onfien Lande ghemeynlike groet orber ende macht aneleghet , willen ende begluren

dat

00 Cnp. V.

(8) Au. 2. 8. en 9.

(9) Vs. 864.

(10) VI. 13. bl. 869. II. D. bl. 51S.