Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m TAAL-, OUDHEID-, EN DICHTKUNDE. 20$>

is, den verkleinwoorden een N agter te zetten, 't welk men wel, in navolging der oudheid, doen; maar ook, zonder fchade laten kan :— dus ben ik er voor, om de N te gebruiken, als er een klinker-, maar weg te laten, als er een medeklinker volgt: om dus den ftijl zagter

en vloejender te maken. Dan, om tot Ten

Kate, en tot ons oogmerk weer te keeren: de groote man was nederig genoeg, om zijn werk geenszins als een volledig ftuk, maar veel eer als eene proeve op te geven; bekende zelf, in zyne Voorrede, bl. 16., dat er zeer veel aan ontbrak; en noemde 't flegts eene Aanleiding tot de kennis van het verheven deel der' Nederduitfche fpraak. Dat men dan op zynen voet volge; de oude en hedendaagfche Europifchc talen leere en vergelyke; de regelmaat der woorden, taalgebruiken, en afleiding, opfpore; de oude Neerduitfche fchryvers vlytig en opmerkzaam leze; de Woorden-, Charter-, en Wetboeken opfla en vergelyke ; en niet, dan na vlytig onderzoek, en bedaard overleg, iets vastftelle. Daar toe gebruike men, behalve Kiliaan, en Plantijn, ook de Woordenboeken van du Cange , Carpentier , Spelman, Menage, Befoldus, Wachter, Haltaus, Adelung, Ihre , Lije , Skinner , Schilter,

Sluiten