Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleiding.

Smaak, volgens haare natuur, gefchikt is om ons zedelijk gevoel op te fcherpen en te verhoogen. Het leezen van wel opgeftelde, en in eene zekere maate voortreffelijke werken van Vernuft, laat ongetwijffeld, zonder uitzondering, in gevoelige zielen eenige voordeelige indrukken achter: en al is het ook, dat deze niet van eenen beftendigen duur zijn, zo behooren zij nogthans ten minflen onder de middelen om het hart tot de deugd geneigd te maaken, en tevens hetzelve daar toe voor te bereiden. Even zo zeker is het, 't welk ik vervolgens gelegenheid zal hebben uitvoeriger te bewijzen , dat niemand het in de hooger deelen der Welfpreekendheid tot eenige aanmerkelijke volmaaktheid kan brengen, zonder in eene groote maate van edele gevoelens bezield te zjjn. Hij, die de menfchen roeren en van derzelver opmerkzaamheid verzekerd wil zijn, moet zo denken en gevoelen, als de rechtfchapen man denkt en gevoelt. Alleen een levendig gevoel voor eer , deugd , grootmoedigheid en het algemeene welzijn, kan het vuur van den geest aanfteeken, en die verheven gedachten verwekken , welke de verwondering aller eeuwen tot zich trekken. Daar dus zodanig eene denkenskracht vereifcht wordt, om de fchoonfte werken der welfpreekendheid voort te brengen, zo moet dezelve even zo onontbeerlijk zijn, om de fchoonheden derzelven te gevoelen en te beoordeelen.

ft

Sluiten