is toegevoegd aan je favorieten.

Lessen, over de redekunst en fraaie weetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

324 ovék. het Samenstel

eenheid en het verband van den geheelen Zin* door den Leezer eene geheel nieuwe fchilderije voor te houden. Nog fïegter is het gefield met de volgende plaats uit eene vertaaling van Plutarchus. Hunne togt," zegt de Schrijver, fpreekende van de Grieken onder bevel van Alexander, „ hunne togt ging door een onbe3j bouwd Land, welks wilde inwooners zich föi, berlijk geneerden 3 daar hun geheele rijkdom 33 beftond in eene foort van kleine Schaapen, 3, wier vleefch traanig en onfmaakelijk was,„ dewijl deze dieren gewoonlijk op doode Zeevifch aasden." Hier hebben wij met elke uitdrukking verandering van voorwerpen : de togt der Grieken, de Inwooners, door welker Land zij toogen , de aard der Schaapen, en de oorzaak van den flegten fmaak derzelven, dit ah les maakt een mengelmoes van zaaken, welke de Leezer zeer bezwaarlijk onder één gezichtpunt kan vatten.

De aangehaalde voorbeelden behelzen Zinnen, welker gebrek niet zo zeer in onmaatige lengte, als in overlaading van zaaken beftaat. Schrijvers, die in al te lange Zinnen fmaak vinden, vervallen ligtelijk in dit gebrek. Men behoeft flechts de Gefchiedenis van Lord Clarendon op te flaan, om een aantal voorbeelden hier van te vinden. De lange, ingewikkelde en duistere Zinnen van dezen Schrijver zijn de hoofdgebreken ia deszelfs werk , daar hij anders, als Ge-

fchied-