Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN GEHEELE ZlNNEN. 345

het begin van den Zin geplaatst. Dus zegt, bij Voorbeeld, Addifbn: „ De Vermaaken der Ver„ beelding, in hunne geheele uitgeftrektheid be„ fchouwd, zijn niet zo grof als die der zinnen,

en niet zo fijn als die des verftands." En in de daad fchijnt het ook de natuurlijkfte en gefchikfte orde te zijn , dat gene aan het hoofd te plaatzen , het welk de hoofdzaak is in de voorgeftelde .gedachte. Somtijds echter, wanneer men eenen bijzonderen nadruk aan den Zin wil geeven, heeft het zijn voordeel , dat men de meening voor eene korte wijl ophoude, en eerst aan het flot doe verftaan. Op deze wijze zegt Pope in zijne Voorrede van Homerus: „ Van welken kant wij ook dezen Dichter be„ fchouwen , immer blijft de zaak, welke wij „ het meest in hem bewonderen, zijne onge„ meene vindingrijkheid."

De Griekfche en Latijnfche Schrijvers hebben in dit opzicht veel boven ons vooruit, De groote vrijheid om de woorden naar verkiezing om te zetten, ftelde hen in ftaat om voor elk woord de voordeeligfte plaats uit te kiezen, en daar door aan®hunnen Stijl meer kracht bij te zetten. Milton, in zijne profaifche werken, en nog eenige andere van de Oude Engelfche Schrijvers hebben dit willen navolgen; maar de gedwongene woordfchikking, welke zij gebruikten, veroorzaakte duisterheid ; en de aard van onze taal, zo jals die thans wordt gefprooken en geZ j fchree-

Sluiten