Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Interrogatie ; Exclamatie enz». $'tt

fuldig of ongepast gebruik van dezen. Onbe» dreevene jonge Schrijvers verbeelden: zich gemeenlijk dat hun opftel des te meer vuur en leeven verkrijgt, hoe overvloediger de Uitroepen daarin voorkómen. Dan het tegendeel is waar: zij maaken hetzelve daar door geheel beuzelachtig. Een Schrijver die ons zonder ophouden in eene drift wil brengen, zonder iets gezegd te hebben , 't welk .ons daarin brengen kan , zal ons ras mishaagen en vertoornen. Hij kan geene deelneeming. bij i ons verwekkenï daar feil zelve geene eigene drift vertoont i waaraan Wij deel kunnen neemen. Hij levert ons woorden, maar geene drift; en kan bijgevolg ook in ons geene andere drift, dan verontwaardiging, verwekken. Ik ben daarom niet vreemd van te denken , dat de man geen groot ongelijk had \ welke zeide, dat, wanneer hij bij het openflaan van een boek de bladzijden rijkelijk met Bi& roep.teekens bezaaid zag, hij genoegzaame reden meende te hebben oni het' ter zijde te' leggen. En in r'2 daad dat zogenaamde PunBum admirationis, waarmede veele zielroerende Schrijvers zo gul zijn, is veelal'het eenige kenmerk waaraan men kan weeten, of zij dit of dat voor eenen Uitroep willen aangezien hebben. Wani het is thans onder zekere foort van Schrijvers de mode geworden teekens van Uitroeping te voegen achter Zinnen , die niets dan een eenvoudig voorftel bevatten; even als of deze g<£ Mm i snak*

Sluiten