is toegevoegd aan uw favorieten.

De leer der doopsgezinden, vooral omtrent den eed, [...] in zes brieven van Philo-biblos aan Mennophilus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 79 J

„ Zwoer men by Hemel en Aarde. In het «-ericnt „ werd altoos by den Heere gezworen. Daar uit „ konnen wy ook nog opmaken, dat Jakobus, wan„ neer hy er byvoegt, nock eerdgen anderen eed, 9i dit mede verftaan wil hebben van de eeden in de „ gefprekken. Daar voor moest men zich wachten " n \Ja! T6* Jal zyn> en 200 m°est men, vol3, ltrekt zonder eeden, op malkanderen ftaat konnen „ maken.'

Indien ik dit wel verfta, is de meening, dat alle eeden m de onderlinge gefprekken verboden, en alleen die m het gericht-, voor den Rechter of Overheid , geoorlofd gelaten zyn. Maar nu; „ Christus „ gebruikte zelve geduurig het woord voorwaar. „ het ts waarachtigr zegt onze Schryver zelve f *) om te toonen, dat de zin der woorden Mattheus V: 37. laat zyn uw ja, ja, uw neen, neen, niet kan zyn, „ dat zy, zelfs in de dagelykfche gefprek„ ken en redeneeringen niets meer gebruikt zoup den. Inderdaad m alle de vyf-en-twintig plaatlen , waar dit dubbeld voorwaar, voorwaar, voorkomt, was het in een onderling gefprek, of met de ichaar zyner toehoorders in 't gemeen (f) of met de Hem hatende en wederfprekende Joden en Pharifeërs 'n,f )!zo»der * l"a allereerst ontmoeten we dit dubbelde voorwaar, dat by geen der andere Euangelisten dan alleen by Joannes voorkomt, in een bVZOn1deLfrp5ek van Heiland Jefus, eens met Nathanael (**), daarna met Nicodemus (ff) , vervolgens met -de Twaalven (§§), en eindelvk ook met Pe. trus (§f j : het enkele voorwaar komt in onze Nedef*

land-

(*) Bydragen bl. 27.

(t) Joannes VI: 26,32,47,53.

en(X:?!7" Vï 19>**>^' VIII: 34.51,58. XII: *4 ,

Joannes I: 52. ■ (tt) Joannes KI: 3,5,11,

(SS) Joannes XIII: 16,20,21. XIV- 1- vvr- «« (St; Joannes XIII: 38 en XXI: 18. ' ' *