Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERZOEKINGEN IN DE WOESTIJNE. 15

de handen zullen neemen , op dat gij niet t'eeniger tijd uwen voet aan eenen fteen ,aanftootet.

7. Jezus zeide tot hem , daar is wederom , gefchreeven , Gij zult den Heere uwen Cïod niet verzoeken.

8. Wederom nam hem de Duivel mede op eenen zeer hoogen Berg, en toonde hem alle de Koningrijken der waereld, en haare Heerlijkheid.

9. En zeide tot hem , alle deeze dingen zal ik uw geeven , indien gij nedervallende mij zult aanbidden. \

10. Doe zeide Jezus tot hem , Gaat weg fatan: want daar ftaat gefchreeven, den Hee. re uwen God zult Gij aanbidden , en hem alleen dienen.

11. Doe liet de Duivel van hem af, en ziet <;de) Engelen zijn toegekomen, en dienden hem.

S 4

Sluiten