Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z?6 u^KüfirELSPREEKWKlö

De hoofdeigenfchappen , waardoor de Welfpreekendheid van den Kanfel zich van 9Ue andere foorfen van Openbaar fpreeken onderftheidt, fchijnen mij toe deze beide te zijnDeftigheid en Vuur. De ernstige aard der on! derwerpen vordert Deftigheid, en derzelver gewigt voor het menfchdom vereifcht Vuur Het is geenszins gemakkelijk of gemeen, deze beide eigenfchappen der Welfpreekendheid te veree nigen. Heeft het Deftige alleen de overhand zo vervalt men ligtelijk tot eene doodfche eenformige plegtigheid: Vuur, zonder Deftigheid grenst zeer na aan het ligtzinnige en theatraale' Elk Prediker behoort zich op de vereeniging van deze twee eigenfchappen, niet alleen in het opftellen , maar ook in het uitfpreekep van zijne Redenen , als een zaak van het grootfte gewigt, toeteleggen. Deftigheid en Vuur famen vereenigd geeven aan een Preek dat karakter, 't welk de Franfchen On&ion noemenzijnde die roerende, doordringende en belang! wekkende manier, welke voortvloeit uit eene fterke gevoeligheid van hart bij den Prediker voor het gewigt van de waarheden, door hem voorgedragen, en uit zijn ernstig verlangen, dat dezelve indruk op het hart der toehoerders mogen maaken.

Naast een juist denkbeeld van den aard en het oogmerk der Geestelijke Welfpreekendheid moet eene gepaste keuze der ftoffe als een zaak

vaa

Sluiten